mrb Dorus Rijkers (1923)
- Foto's -


Een pijnlijke foto

Een pijnlijke foto

(J. Zeylemaker/Polygoon; 1942; Kollektie P. van der Hoeven)

Tekst:
De Rijkscommissaris Rijksminister dr.A Seiss-Inquart ontving op 23 December j.l. de bemanning van de reddingsboot "Dorus Rijkers", die zich heeft onderscheiden door achtenveertig mannen van een Duitsch schip, dat op 5 December 1940 bij den Helder strandde, te redden.
De moedige zeelieden ontvingen een horloge, kapitein Boot(*) een gouden, zijn zoon en machinist Eeleman(*) elk een zilveren.

(*) de spelfouten in de namen Bot en Eelman staan in het origineel.

Kanttekening:
Paranaguay
Op 5 december 1940 liep het Duitse gewapende koopvaardijschip Paranaguay. voorzien van het kenteken A 7, ter hoogte van de Zuiderhaaks op een mijn. Teneinde zinken te voorkomen zette de kapitein het schip op de Zuiderhaaks aan de grond. De wind schoot aan, en de situatie van het vol water staande schip werd spoedig kritiek. Met veel moeite haalde de Dorus Rijkers de 48 opvarenden van boord en liep te 19.00 de haven van Nieuwediep binnen. Zeer voldaan over deze zware redding keerde de bemanning huiswaarts om de avond verder aan de viering van het Sinterklaasfeest te wijden. De wind wakkerde aan tot stormkracht. De volgende morgen - windkracht 10 - voer de Dorus Rijkers weer uit en haalde 22 man van een Zweeds schip, dat na een aanvaring aan de grond was gezet op de Zuidwal. Nauwelijks terug van deze reddingtocht werd wederom een beroep gedaan op de reddingbot: noodseinen in zuidelijke richting, achter fort Oostoever. Wind z.w., 10-11. Vliegend stormweer. In de vallende duisternis een uiterst moeilijke navigatie, in verband met de geringe diepte en de bezuiden de haven liggende wrakken.
De botter HD 82 werd uit een zeer gevaarlijke positie bevrijd en de uit drie koppen bestaande bemanning was dankbaar voor deze geweldige prestatie. Schipper C. Bot kreeg voor deze drie zware, in één etmaal verrichtte reddingen de hoogste onderscheiding van de N.Z.H.R.M. n.l. de grote gouden medaille. De bemanning waaronder ook Bot's zoon Piet, die als stuurman meevoer aan boord van de Dorus Rijkers, evenals de motordrijver R. J. Eelman, ontving de grote zilveren medaille.
Helaas heeft ook de Rijkscommissaris Dr Seyss Inquart het nodig gevonden de bemanning van de Dorus Rijkers te huldigen voor de redding van de opvarenden van het Duitse s.s. Paranaguay.
In de ochtend van 22 december 1941 belde schipper Bot ons op, dat de politie te Den Helder hem had gezegd zich de volgende dag 9.30 met motordrijver R. J. Eelman en stuurman P. W. Bot te melden bij een 'Regierungsrat' te Haarlem. Deze zou hen dan vergezellen naar Den Haag waar Dr Seyss Inquart hen wilde huldigen voor de redding op 5 december 1940. Bot zat lelijk met het geval verlegen en vroeg ons advies. Wij namen contact op met de 'Regierungsrat' en zetten hem uiteen welke principiële bezwaren de N.Z.H.R.M. tegen deze huldiging had. Het resultaat leek gunstig, de Regierungsrat deelde ons mede, dat het bezoek aan de Rijkscommissaris van het programma zou worden geschrapt. Dit bericht deed ook Bot veel genoegen.
De zaak liep echter geheel anders, dan wij na het onderhoud met de Regierungsrat hadden verwacht.
Eerst de volgende dag hoorden wij dat de Regierungsrat, na ons bezoek, met de secretaris van Dr Seyss Inquart naar Den Helder was gegaan. Daar had hij de burgemeester medegedeeld dat de bemanning 'moest' komen. Bij niet verschijnen zou de leiding van de N.Z.H.R.M. verantwoordelijk worden gesteld. De horloges, die Dr Seyss Inquart aan de bemanning van de Dorus Rijkers wilde schenken lagen in Den Haag gereed en een weigering om deze in ontvangst te nemen kon blijkbaar door de Duitsers uit 'prestige overwegingen' niet worden geaccepteerd.
De burgemeester adviseerde schipper Bot om aan deze chantage toe te geven: het bestaan van de N.Z.H.R.M. stond immers op het spel. Om erger te voorkomen bracht de bemanning van de reddingboot het offer om zich - tegen wil en dank - door Seyss Inquart horloges te laten uitreiken. De drie redders werden door de Regierungsrat per auto afgehaald. In zijn memoires beschreef Coen Bot deze tocht naar Den Haag en de huldiging als volgt:
'In de auto werd nog minder gesproken dan met stormweer aan boord en ik achtte me ook in groter gevaar dan wanneer ik op de Dorus Rijkers stond. Ik stond stijf van de zenuwen. We waren a! heel gauw in Den Haag en werden daar binnengelaten in een grote zaal.
Naar mijn idee moesten we verschrikkelijk lang wachten en ik weet niet meer hoeveel malen ik de ruiten in het vloerkleed heb geteld. Ik had mezelf niet meer in bedwang en dat was voor het eerst.
Eindelijk werden we naar een andere zaal gebracht en daar zag ik de Rijkscommissaris, omringd door een grote lijfwacht, de Regierungsrat en de secretaris van Seyss Inquart. Ze stonden allen in de houding en de huldiging zou beginnen. Dat was een koude vertoning, de Rijkscommissaris riep mij naar voren en sprak enkele woorden van erkentelijkheid voor ons werk. Zelf zweeg ik in a!le talen, ook toen hij mij een doosje overhandigde. Ik kneep er uit alle macht in en ik voelde iets breken. Daarmee was voor mij de kwellende plechtigheid ten einde, tenminste, dat meende ik. Ook de stuurman en motordrijver namen in pijnlijke stilte een dergelijk doosje in ontvangst. Net toen we bij de deur waren riep de secretaris van Dr Seyss Inquart ons weer terug. Hij zei: 'Kapitein Bot U moet iets terugzeggen tegen de commissaris', waarop ik plompverloren antwoordde: 'Ik spreek geen Duits en ik kan het ook niet verstaan'. Ik slingerde die woorden er nogal bits uit en de Duitsers schoten in de lach. Van zenuwachtige kwaadaardigheid glimlachten de motordrijver en ik ook. 'Klik' zei een fototoestel. De volgende dag konden vele Nederlanders deze ongelukkige foto in de kranten bekijken. Ik kreeg vele anonieme brieven, zodat ik geen kans kreeg me te rechtvaardigen . . . Het doosje bleek, toen ik het later opende, een gouden horloge te bevatten, maar mijn gebalde vuist had afdoende werk verricht. Het kwam nooit verder dan vijf minuten voor twaalf''.


H.Th. de Booy(*)

Uit: De Reddingboot nr. 105, dec. 1968, blz. 4458 e.v.

(*)WEBred.: Dhr. H.Th. de Booy was de secretaris van de KNZHRM, hij vervulde de functie van directeur.

< Vorige  |   ^ Terug naar overzicht   |  Volgende >


[ Hoofdpagina ] - [ Disclaimer ]