Honderden danken leven aan Helderse schipper


Redder Piet Bot immer vastberaden

DEN HELDER - Pieter Wilhelm Bot is niet meer. De markante Helderse redder overleed afgelopen maandag en wordt vandaag ter aarde besteld op de algemene begraafplaats. In totaal danken 894 mensen hun leven aan de man die op zee altijd rust en vastberadenheid uitstraalde.

Toen Coen Bot, vader van Piet Bot en grootvader van de huidige schipper van reddingboot Coen Bot, op 1 januari 1946 afscheid nam van de reddingmaatschappij had deze 649 mensen gered. „Een aantal dat niet spoedig geëvenaard zal worden", sprak de toenmalige directeur van de maatschappij. Hij kreeg ongelijk.
Piet Bot heeft, in de veertig jaar dat hij bij de reddingmaatschappij in dienst was (1934-1974) in 481 tochten in totaal 894 schipbreukelingen gered.

Opstapper
Piet Wilhelm Bot, geboren 12mei 1914, trad op 1 april 1934 in dienst van de reddingmaatschappij als 'opstapper' op de Dorus Rijkers. Kort voor de oorlog werd hij stuurman (1 nov. 1939) en na de pensionering van zijn vader schipper. Eerst op de Dorus Rijkers, daarna op de Prins Hendrik (1952-1968) en tenslotte op de Suzanne (1968-1974).
Toen Piet Bot 'opstapper' werd, kwam hij uiteraard niet voor 't eerst aan boord. Reeds op zijn vijftiende voer hij mee toen er een paar jachtjes en marinesloepen vastgelopen waren. Ook de reis naar de klipper Rival op 14 februari 1933 maakte hij mee, maar ook toen nog als 'boventallig' redder. Pas een jaar later kwam hij officieel in dienst van de reddingmaatschappij.
Nog datzelfde jaar, op 4 oktober 1934, ging de Dorus Rijkers - voor het eerst in het bezit van een radio! - in een vliegende storm eropuit voor een noodgeval.
Op 14 mei 1940 kreeg de Dorus Rijkers 45 opvarenden van de voor Callantsoog getorpedeerde Johan Maurits van Nassau aan boord, waaronder vele zeer ernstig gewonden. Het was de eerste keer dat de bemanning van de reddingboot echt te maken kreeg met slachtoffers van oorlogsgeweld. Er zouden nog vele keren volgen. „En wennen deed het nooit. Vooral de reizen naar neergeschoten vliegtuigen waren deprimerend. Die leverden nimmer goede resultaten op; de piloten vonden wij meestal dood onder hun toestel op de Wadden liggen. Dat was gruwelijk, temeer omdat we eerst het vliegtuig uit elkaar moesten slopen om de lijken te bergen.", aldus Coen Bot in zijn boek Als de noordwester woedt.
Op 5 december 1940 strandde bij ruwe zee een Deens stoomschip op de Zuiderhaaks. Bij het langszij komen stootte de reddingboot enkele malen zwaar tegen het gestrande schip. Toch lukte het alle 48 opvarenden aan boord te krijgen. Plotseling ontplofte een mijn op nog geen honderd meter afstand. De reddingboot sidderde en werd uit de koers geworpen. Het gevolg was echter dat alle geredden on der geen voorwaarde 'onderin' de boot wilden blijven. Doordat de mensen in paniek naar het dek kwamen dreigde het toch nog fout te gaan. Helemaal onterecht was de paniek overigens niet, want op de weg naar de haven passeerde de reddingboot nog een drietal mijnen.
In totaal werden tijdens de sinterklaasdagen van 1940 in drie zware reddingstochten 73 zeelieden gered.

Gouden medaille
Schipper Coen ontving voor deze reizen van de reddingmaatschappij de grote gouden draagmedaille, stuurman Piet de grote zilveren medaille, met bijbehorend getuigschrift.
Toen Coen Bot per 1 januari 1946 officieel met pensioen ging en Piet Bot hem opvolgde was de oorlog weliswaar voorbij, maar bleef deze toch slachtoffers eisen, onder meer door mijnen. Daarnaast bleven er net als voorheen schepen stranden op de verraderlijke Haaksgronden.
Kenmerkend voor de nieuwe schipper was dat hij op de dikwijls zo zware en moeilijke tochten de rust en vastberadenheid zelve was. Hij genoot danook het volste vertrouwen van de reddingmaatschappij en van zijn bemanning. „Hij was schipper in hart en nieren, wars van uiterlijk vertoon", aldus kapitein S. Zeeman in een artikel in De blauwe wimpel' uit 1974.
Reeds een jaar na zijn aanstelling als schipper werd Piet Bot opnieuw gedecoreerd met een grote zilveren medaille. Hij maakte op 12, 13 en 14 januari 1947 tochten naar het op de Haaksgronden (Keizersbult) gestrande Deense stoomschip Lilian. Zeventien Denen werden hierbij gered: eerst één, toen twaalf, tenslotte nog vier. Tijdens de eerste tocht naar de Lilian, waarbij een gewonde machinist van boord gehaald werd, voer vader Coen Bot mee als opstapper.
Bijzonder was ook de redding van de mensen van kustvaarder Aktjo. Het was een stille, mistige zondagmorgen in juli 1948. Op het podium van de gereformeerde Bethelkerk stond reddingbootschipper Piet Bot samen met zijn vrouw. Zij hielden hun zoon Coenraad ten doop. Op dat ogenblik stapte een man haastig naar voren. Hij wachtte even, maar niet lang en trok toen schipper Bot aan zijn mouw.
„U moet varen, schipper, er zit een schip op de Haaks." Even later trok Bot aan boord van de motorreddingboot Dorus Rijkers zijn oliegoed over zijn zondagse kledij. Om twaalf uur die dag, een paar minuten nadat zijn zoon gedoopt was, stuurde schipper Bot zijn kleine, snelle boot door het Westgat, de branding in. Drie dagen lang ploeteren en sjouwen samen met een drietal zeeslepers van Wijsmuller volgden, eer schip en bemanning in veiligheid waren.

Succesrijk
In de jaren erna volgden succesrijke tochten met de Dorus Rijkers naar de kotters HD 291 (drie geredden) en HD 63 (drie geredden), de sleepboot Vulcaan (zes geredden), het motorschip Zwaluw (twee geredden), het Finse stoomschip Karhula (achttien geredden), het visserijonderzoekvaartuig Max Weber (vijf geredden), de HD 54 (twee geredden), de HD 131 (drie geredden) en de Beurtvaart (twee geredden).
Daarnaast waren er talloze tochten waarbij een zieke van boord werd gehaald, een kotter werd vlotgetrokken, gezochtmoest worden naar een overboord geslagen bemanningslid of een vermiste sportvisser, een losgeslagen jol.
Vergeefse reizen ook vanwege loos alarm.
In 1952 werd de bijna dertig jaar oude reddingboot Dorus Rijkers vervangen door de zelfrichtende reddingboot Prins Hendrik.
Tijdens de beruchte stormramp van 1 februari 1953, waarbij honderden landgenoten als gevolg van de dijkdoorbraken om het leven kwamen, moest de reddingboot er op uit naar de in nood geraakte Duitse olielichter Oder. De olielichter was losgeslagen van de sleepboot Gulosen Fjord en vervolgens tussen Texel en Vlieland gestrand en doormidden gebroken.
'Op uiterst kundige wijze wist schipper Bot met zijn boot door de geul van de Eierlandse gronden te manoeuvreren en in vier keer de zes koppen te redden.' Aldus de Helderse Courant.
Een wel heel zware tocht van de reddingboot Prins Hendrik onder leiding van schipper Piet Bot was, die naar het onder Liberiaanse vlag varende s.s. Margariti in 1967.
Voor deze redding kreeg Piet Bot de grote gouden medaille. De overige bemanningsleden - waaronder zijn zoon en latere opvolger Coen - kregen een grote zilveren medaille van de reddingmaatschappij. 'Ook dank aan de vrouwen,' kopte de Helderse Courant 18 januari 1968, 'zij maken heel wat door.'
December 1968 werd de Prins Hendrik vervangen door de motorreddingboot Suzanne. In deze tijd kreeg schipper Bot meer te stellen met in moeilijkheden rakende jachten en sportvissers, dan met gestrande beroepsvaartuigen. Langzaam verschoof ook het reddingseizoen van herfst en winter naar voorjaar en zomer. Mensen redden blijft mensen redden, maar spectaculaire reddingen vanaf op de Haaksgronden gestrande zeelui geeft toch meer voldoening, dan het van boord halen van een onbekwame mooi-weer-zeiler, erkende Piet Bot in gesprekken.
De laatste grote daad van vader Piet Bot was de redding van de bemanning van de Deense coaster Oleto tijdens een najaarsstorm in 1971. Veertien uur aan één stuk waren de mannen bij windkracht 11 in touw. Op de heenweg dook de Suzanne zo diep in een golf dat de stuurmachine en beide motoren afsloegen. Dit was spoedig verholpen,' schreef schipper Piet Bot laconiek in zijn journaal. Even later viel door een blikseminslag de middengolfzender uit. Maar de techniek stond inmiddels voor niets: met een marifoon hield de schipper contactmet de wal. De zes opvarenden van de Oleto werden gered en zoiets gaf toch grote voldoening.
Door het zware weer kon men niet via het Molengat naar de thuishaven Den Helder koersen. Piet Bot verlegde de koers derhalve om de Razende Bol. Toen de Suzanne in het Schulpengat voer kwam men onverwachts de onbemande en stuurloze Deense kustvaarder tegen. De Oleta was, als een spookschip, aan de andere kant langs de Razende Bol afgedreven en werd op dat moment door de hevige stroming juist door het Schulpengat uitgeperst.

Afgevoerd
'Na de familie Toxopeus is nu ook de familie Bot afgevoerd van de lijst met actieve redders,' schreef Siep Zeeman in het weekblad Schuttevaer op vrijdag 30 augustus 1974. Hij bedoelde dat met de pensionering van Piet Bot het na drie generaties het nu ook met de familie Bot gedaan was in het reddingwezen. Maar dat is toch niet zo. Hoewel Piet Bot als schipper in eerste instantie is opgevolgd door J. J. Bijl, is de tweede zoon van Piet Bot en zijn vrouw Alie Smit, Coenraad (geb. 30 juni 1948), al sinds 1975 in vaste dienst van de reddingmaatschappij en sinds eind 1996 schipper van de Helderse reddingboot.

JAN T. BREMER
(met dank voor gegevens aan Loek Deugd)

Bron: Helderse Courant, 05.08.2005

 


De vlag op de Dorus Rijkers, zoals deze nu in de Museumhave ligt, hangt halfstok vanwege het overlijden van redder Piet Bot. (foto: Michel van Zwieten)


Een vooroorlogse foto van vader Coen Bot (l), met naast hem zijn zoon Piet Bot en rechts motordrijver R. Eelman, de vaste bemanning van de Dorus Rijkers
(foto uit boek 'Als de noordwester woedt')

 


[ Hoofdpagina ] - [ Disclaimer ]