|
VAN ONZE VERSLAGGEVER FRISO BOS
DEN HELDER -De originele Dorus Rijkers, voor de leek ziet hij er niet al te best uit op zijn plekje aan het Boerenverdriet. Kaal en verroest op het eerste gezicht.
Eigenaar Wybe van der Wal heeft echter alle vertrouwen in deze monumentale reddingboot. Al is de prioriteit op korte termijn van restaureren naar conserveren verschoven.
„We moeten als de donder zorgen dat hij niet nog verder achteruit gaat", zegt Van der Wal.
„Momenteel bereiden we hem voor op een straal- en verfbeurt bij Teerenstra. Dat is de beste manier om te zorgen dat hij niet verder aftakelt."
Het ziet er echter erger uit dan het is, weet Van der Wal. „Al die zwarte plekken op de scheepshuid en het dek, daar is niks mis mee. Het gaat om de roestplekken hier en daar. Vooral in de onregelmatigheden in het dek, daar blijven plasjes water met vuil staan, en daar is het aan het roesten geslagen. Als we niet oppassen worden dat zwakke plekken."
De overkapping is menigeen ook een doorn in het oog. „Mij ook", bekent Van der Wal. „Hij gaat er ook zeker af, sterker nog we zijn er al mee bezig. Er moeten alleen eerst nog wat gaten in de vloer worden gedicht. Anders loopt er water naar beneden."
Ontmoeting
Van der Wal zag de Dorus Rijkers voor het eerst liggen in Den Haag. „Hij sprak me meteen aan omdat ik bestuurslid was van de scoutinggroep Dorus Rijkers in Zuid Holland. Ik besloot eens met de eigenaar te gaan praten. Dat bleek Hans Jongejan uit Den Haag te zijn. Hij wilde het schip na zijn pensioen gaan opknappen om er maritie me evenementen mee af te gaan."
Daar kwam het echter niet van. „Hij werd ziek, en kon de boot niet onderhouden. Er afstand van doen kon hij ook niet", zegt Van der Wal. „Inmiddels ben ik juridisch eigenaar van het schip, maar dat mocht alleen maar onder voorwaarde dat ik hem restaureer."
Door tussenkomst van Koos van Dongen van de Helderse Stadspartij kwam de Dorus Rijkers in Nieuwediep terecht.
„Ik vind ook dat hij hier hoort, maar het brengt ook problemen met zich mee", aldus de Rijswijker Van der Wal. ..Ik woonde hier toen niet, had geen contacten en kon dus ook moeilijk deuren openen. Ook Koos van Dongen slaagde er niet in om de restauratie aan de gang te krijgen. Wel zorgde zijn partij er eind 2002 door middel van een motie in de gemeenteraad voor dat gratis gebruik kunnen maken van een ligplaats en de faciliteiten in de museumhaven."
Van restaureren kwam het niet dat eerste jaar. Vervolgens ging Van der Wal in conclaaf met het Reddingmuseum enWillemsoord BV. „We maakten een gunstige afspraak. Na de opening van Cape Holland zouden alle aannemers die op de Oude Rijkswerf hadden gewerkt een 'cadeautje' geven aan de Dorus Rijkers", legt hij uit.
„Maar toen begon de ellende met dat onderzoek. Van het cadeautje is het dus niet gekomen." Het verslechterende imago van de Oude Rijkswerf maakte het ook moeilijk om bestuursleden te vinden voor zijn stichting Motorreddingboot Dorus Rijkers (1923). „Niemand wilde ook nog maar iets te maken hebben met de werf en alles wat daar tegenaan schurkte. Ook niet met de Dorus Rijkers.
Terwijl het voor de stichting juist zo belangrijk is een sterk bestuur te hebben. Vanwege de contacten."
Daardoor ging nog een jaar verloren. „Ik heb me ook stil gehouden moet ik zeggen. Tot dat al die ellende rond Cape Holland voorbij was."
Nu is dus eerst de conservering van de reddingboot in volle gang. De motor die werkt echter nog steeds. Het is de trots van Rinus Paardekooper. Als oud-werviaan heeft hij al de nodige reparaties verricht aan het schip en de motor. „Het is een Deutz motor, een Duitse dus. Echter gebouwd naar het Nederlandse patent van Jan Brons, een smid uit Appingedam."
Half-om-half
Zorgvuldig smeert hij de verschillende bewegende delen met wel vier verschillende oliebussen. „Voor het ene deel volstaat dikke olie, maar bijvoorbeeld voor de kleppen is half-om-half nodig. Half olie, half diesel. Hij brengt de smeerolie in de motor onder druk, draait aan een wiel van een persluchtketel, rommelt wat tussen de vier losse cilinders en kattaketakketakketak, daar loopt ie dan. Een bakbeest van een motor is het. Stationair draait hij met honderd toeren in een prachtig ritme. „Maximaal vierhonderd toeren kan hij aan, dat levert tachtig paardenkrachten", zegt Paardekooper.
„'Wat hoor ik daar voor moois', roepen brugwachters als we langsvaren. Die motor is al een monument op zich."
meer informatie op www.dorusrijkers.nl
Bron: Helderse Courant, 25.08.2005

Voor de leek ziet de Dorus Rijkers er niet florissant uit. Volgens Van der Wal verkeert hij echter in prima staan (foto: Peter van Aalst)

Paardekoper (op de voorgrond) en Van der Wal bij de monumentale Deutz Bronsmotor
(foto: Peter van Aalst)
|